Tijdens het strategische beraad opende Sonja van der Meulen in het kader van de Vredesweek met psalm 27 en In het ergste geval komt alles goed, van Jesse Laport. Een zin die schuurt en troost tegelijk. Want wie het nieuws volgt, ziet weinig aanleiding tot zorgeloosheid. Oorlog, verdeeldheid en wantrouwen kleuren het maatschappelijke landschap. Toch klinkt daar de stem van psalm 27 doorheen: niet als ontkenning van de angst, maar als een weigering om erdoor geregeerd te worden. “De Heer is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?”
Kijk het donker recht aan, maar blijft zoeken naar het licht. Misschien is dat wel de diepste betekenis van Laports woorden. Niet dat alles vanzelf goed komt, maar dat hoop sterker kan zijn dan angst. Dat vertrouwen ons in beweging brengt. Want wie gelooft dat het goede uiteindelijk niet verloren gaat, kan niet onverschillig blijven. Niets doen is dan geen optie (thema van de Vredesweek).
In het ergste geval komt alles goed.
Vanuit die gedachte werd vervolgens gesproken over autonomie en vrijheid, mede aan de hand van Timothy Snyders Vrijheid. De persoonlijke keuzevrijheid van mens, doopsgezinde en gemeente blijft essentieel en misschien zelfs de kern van het doopsgezinde gedachtegoed. De absolute onafhankelijkheid in het maken van eigen keuzes en de totale autonomie van het individu is belangrijk. En tegelijk is het inzicht dat er een noodzaak is tot samenwerking niet te onderschatten. Want, al zouden we het niet doen vanuit overtuiging, het is praktisch gezien onvermijdelijk. Maar de angst kan leven dat in samenwerking iets van de eigenheid afneemt. Samenwerken betekent iets inleveren van je autonomie. Maar hoever ben je daarin bereid te gaan?
Echte vrijheid ontstaat niet zomaar. Niemand wordt vrij door zich van anderen los te maken. Vrijheid groeit juist waar mensen zich met elkaar verbinden, verantwoordelijkheid delen en bereid zijn ruimte te maken voor een ander. Dat vraagt soms dat we iets van onze autonomie loslaten. Niet omdat we onszelf verliezen, maar omdat gemeenschap niet kan bestaan zonder wederzijdse toewijding.
In het ergste geval komt alles goed.
Juist daar raken Psalm 27, Jesse Laport en Timothy Snyder elkaar. Het gaat ergens om het belang van vertrouwen. Vertrouwen dat je niet alles zelf hoeft vast te houden. Vertrouwen dat verbondenheid geen bedreiging hoeft te zijn voor je eigenheid. Vertrouwen dat het grotere geheel soms vraagt om iets van jezelf prijs te geven, zodat er ruimte ontstaat voor iets groters, mooiers, beters. Hoe klein ook.
Misschien is dat wel de opdracht die in deze tijd voor ons ligt. Niet leven vanuit de angst iets kwijt te raken, maar vanuit het vertrouwen dat er iets kan ontstaan wanneer mensen zich met elkaar verbinden. Want vrijheid begint niet bij zekerheid, maar bij moed. En misschien geldt dan inderdaad: in het ergste geval komt alles goed. Dat is geen reden om af te wachten, maar juist een reden om op te staan en mee te bouwen aan een wereld waarin niemand het alleen hoeft te doen.
In het ergste geval komt alles goed.
Tekst en beeld: Kalle Brüsewitz