De wake – tussen hoop en vrees

‘ … ik zie veel hoop bij jonge mensen, over de hele wereld’

Om te beginnen: de oorlog begon in 2014, in 2022 was slechts de invasie op grote schaal. De Krim en de Donbas waren ver weg, dus het was iets op tv, iets wat niet een bedreiging was voor mijn thuis. Er was altijd een bewustzijn van de oorlog, zelfs bij mij als onnozele jonge man, maar ik dacht er niet te hard aan. Ik voelde me veilig.’

Vasyl Chovnitskyi (22) komt uit Oekraïne en studeert vanaf september 2026 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam de master Peace, Trauma and Religion. Voor hem zijn deze thema’s heel persoonlijk; van dichtbij maakt hij mee wat oorlog met een mens doet. Zijn familie woont nog in Oekraïne en hun veiligheid is niet altijd gegarandeerd.

Invasie
‘Op het nieuws hoorden we dat Rusland voertuigen en troepen richting de Oekraïense grens verplaatste, maar ik geloofde niet dat dat ooit kon gebeuren. Zoveel landen steunen ons, ik dacht: als er ooit een invasie komt, zullen onze bondgenoten onmiddellijk Rusland met de grond gelijk maken. Ik dacht dat dat een afschrikkend effect zou hebben. Maar dat is niet wat er is gebeurd.

Hoe meer nieuws er binnenkwam, hoe meer ik van paniek naar wanhoop, woede en haat ging

Op 24 februari 2022 werd ik wakker met berichtjes van een Amerikaanse studiegenoot die vroeg of mijn familie in orde was. En ik dacht: waarom vraag je me dit? Dat is hoe ik ontdekte dat de invasie was begonnen. Natuurlijk belde ik daarna gelijk mijn familie, in blinde paniek. Iedereen was bang, overal waren explosies, niemand wist wat er precies gebeurde. Hoe meer nieuws binnenkwam, hoe meer ik van paniek naar wanhoop, woede en haat ging. Ik was zo bang dat ze mijn ouders iets aan gingen doen. Ik woonde en studeerde toen in Litouwen, dus ik was zelf veilig, maar mijn familie, mijn land, mijn cultuur, alles wat belangrijk voor mij is, werd bedreigd.’

Geweldloosheid
‘Ik wilde teruggaan en vechten, de haat in mijn hart was zo groot. Mijn vrienden waren aan het helpen, mensen aan het ondersteunen of molotovcocktails aan het maken. Mijn ouders hebben me er snel van overtuigd dat ik moest blijven waar ik was. Dus ik bleef bij mijn studie.

Een van de vakken die iedereen moet volgen was Conflict transformation and civic engagement. Hoe gaan we om met conflicten en wat betekent vrede? Hier leerde ik over vreedzaam verzet, hier vond ik de taal van geweldloosheid. Hier leerde ik een taal om gesprekken te voeren over de Bijbel, mijn geloof en waar ik mijn waarden op kan baseren.


Heling en nieuwe wegen
‘In mijn studententijd in Litouwen organiseerde ik evenementen bij het vredescentrum. Eén van de bijeenkomsten die mij het meest is bijgebleven, was een wake, met Bijbelteksten, gebed en geloofsliederen. In de band speelde een Russische muzikante. Dus op het podium waren we samen, Oekraïners en Russen; samen bidden tot dezelfde God voor vrede. Samen hebben we gehuild, het voelde als het Koninkrijk van God, wat we samen mochten delen. Een paar jaar daarvoor hadden mijn trots en mijn haat niet toegestaan om hier open voor te staan, om in een band te spelen samen met een Rus. Door Gods heling was dit mogelijk.

Toen ik meer leerde over geweldloosheid, maar ook over vredestichten en rechtvaardigheid, tijdens mijn studie in Litouwen, ontmoette ik een jongen uit Palestina die in Amsterdam Peace, Trauma and Religion studeerde. Na een lezing die hij gaf, stelde ik voor hem de stad te laten zien. Hij stelde me voor aan andere studenten en professoren uit Amsterdam; ik was gelijk onder de indruk van alles wat zij mij vertelden. Dit is alles waar ik naar op zoek was. Ze hebben allemaal zoveel passie, je ziet het in hun ogen. Per september mag ik dat gesprek mee voeren in Amsterdam.’

Hoop voor de toekomst
‘Ik heb grote zorgen over de toekomst, niet alleen van Oekraïne maar van de hele mensheid. Over veel dingen hebben we geen controle, een kleine groep mensen bepaalt alles. Oorlog en militarisering is in vele landen voelbaar. Zelfs in landen waar vrede is, is de druk van militarisering te ervaren. Maar als christen, als iemand die gelooft in Jezus, heb ik ook veel hoop. Een betere toekomst is beloofd. Er zijn zoveel mensen die ook het goede werk doen, die werken aan een betere wereld; met hen praten en met hen werken geeft mij ook energie om te blijven geloven.

Op de CMERK sprak ik met jongeren, ik mocht twee workshops leiden, en die mix van hoop en zorgen hoorde ik ook veel bij hen. Mensen zijn bezorgd, maar niet bang. Het voelde als gezonde zorgen, mensen stelden goede en redelijke vragen, die gesteld moeten worden. De jongeren zijn zich bewust van de realiteit van militarisering, we hebben hier goed over kunnen spreken, ik heb mijn perspectief mogen delen van geweldloosheid. Ik geloof dat onze generatie, Gen Z, het enerzijds heel serieus neemt, maar anderzijds maken we ook overal grappen over. Dit is hoe we ermee dealen, zelfs over onderwerpen die absoluut niet grappig zijn. Het is goed dat ze niet wegkijken.

Het is moeilijk om te voorspellen hoe de toekomst van het conflict eruit gaat zien, maar ik zie veel hoop bij jonge mensen, over de hele wereld. Ze spreken elkaar, verbreden hun wereldbeeld, en ik hoop dat de toekomst ervoor gaat zorgen dat al deze kennis en al deze verbindingen met anderen kunnen bijdragen aan de toekomst van mijn land, dat we samen Oekraïne weer op kunnen bouwen. Ik heb veel hoop op en voor de nieuwe generatie.’

Dit artikel verscheen eerder in Mondig 4 | 2026.

Tekst: Franka Riesmeijer
Beeld: Taine Noble